Literatuurverwijzingen vind je op twee plekken in je scriptie terug, namelijk in je tekst en in je literatuurlijst. In de tekst gebruik je referenties om al jouw uitspraken, veronderstellingen en achtergrondideeën te kunnen verantwoorden. Hier volstaat een korte verwijzing. De uitgebreide verwijzing komt terug in je literatuurlijst. Op beide plekken is opmaak essentieel: werk netjes – tot op de komma en de spatie – en vooral consistent!

In tekst

Verwijzingen in de tekst geef je om bepaalde uitspraken te onderbouwen of verantwoorden. Dit is noodzakelijk vanuit wetenschappelijk oogpunt: om te laten zien dat jij informatie niet verzint of zomaar voor waar aanneemt, verwijs je naar auteurs van (wetenschappelijke) artikelen. Je hebt drie soorten verwijzingen in de tekst:

1) Actieve verwijzing

2) Parafrasering of samenvatting

3) Citaat

Alle typen verwijzingen kunnen één keer of meerdere keren voorkomen in een alinea of paragraaf. Hieronder vind je eerst de regels voor de eerste of enige verwijzing. De regels voor de meerdere en herhaalde verwijzing volgen daarna.

Actieve verwijzing in lopende tekst

 

  • Éen auteur:

In zijn onderzoek stelt Klaassen (paginanummer-paginanummer) dat…

  • Twee of drie auteurs:

In hun onderzoek stellen Klaassen, Jansen, en Pieters (paginanummer-paginanummer) dat…

  • Vier of meer auteurs:

In hun onderzoek stellen Klaassen et al. (paginanummer-paginanummer) dat…

  • Onbekende auteur, papieren bron:

In deze tekst wordt gesteld dat … (“Titel” paginanummer-paginanummer)

  • Onbekende auteur, digitale bron:

In deze tekst wordt gesteld dat … (“Titel”)

LET OP: de titel kan de naam van een artikel zijn, maar ook de naam van een website of van het bedrijf.

Parafrasering of samenvatting

Als je een theorie, terminologie of concepten uitlegt in eigen woorden, geef je je bron na de zin.

  • Éen auteur:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen paginanummer-paginanummer).

  • Twee of drie auteurs:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen en Pieters paginanummer-paginanummer).

  • Vier of meer auteurs:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen et al. paginanummer-paginanummer).

  • Onbekende auteur, papieren bron:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (“Titel” paginanummer-paginanummer).

  • Onbekende auteur, digitale bron:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (“Titel”).

TIPS:

  • Als je een hele theorie uitlegt in een alinea, geef je de verwijzing aan het einde van je alinea (dus achter de laatste zin over je theorie)
  • Is een theorie alleen in vakjargon uit te leggen, en dus moeilijk in eigen woorden te beschrijven? Overweeg dan gebruik te maken van citaten (zie onder), om de schijn van plagiaat te voorkomen!

Citaat

Een citaat is een uitspraak die je letterlijk overneemt uit een ander artikel. Volledige verwijzing, dus mét paginanummers, is daarin cruciaal.

Citaten kun je weergeven in directe of indirecte vorm worden gegeven. Een direct citaat is weergegeven als een concrete uitspraak, dus alsof Klaassen dat nu echt zegt. Een indirect citaat is een citaat waarbij je de quote geeft zonder die als uitspraak te presenteren.

Directe en indirecte citaten kunnen daarnaast primair of secundair worden gegeven. Een primaire quote ontleen je aan een auteur X. Een secundaire quote ontleen je niet aan X zelf, maar aan auteur Y die auteur X citeerde. Als jij nu de quote van persoon X wil overnemen, geef je dus een al geciteerd citaat. Daarbij geef je beide bronnen weer.

  • Direct primair citaat:

“Een goede scriptie bestaat uit een kop en een staart”, aldus Klaassen (paginanummer).

  • Indirect primair citaat:

“Een goede scriptie bestaat uit een kop en een staart” (Klaassen paginanummer).

  • Direct secundair citaat:

In zijn onderzoek stelde Klaassen dat “een goed scriptie bestaat uit een kop en een staart” (in Pietersen paginanummer).

  • Indirect secundair citaat:

“Een goede scriptie bestaat uit een kop en een staart” (Klaassen in Pietersen paginanummer).

LET OP: bij een citaat in een lopende zin, of een citaat van één zin, staat de verwijzing in de zin, dus voor de punt. Bij een citaat van meerdere zinnen, staat de verwijzing na de punt van de laatste zin.

Meerdere verwijzingen

Als je een uitspraak of theoriebeschrijving baseert op meerdere bronnen, kun je verwijzingen samen tussen haakjes plaatsen achter je beschrijving. Houdt daarbij alfabetische volgorde aan (voor volgorderegels, zie opmaak).

  • Meerdere verwijzingen naar verschillende auteurs:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen paginanummer; Klaassen, Janssen, en Pieters paginanummer; Pieters paginanummer)

  • Verwijzing naar auteurs met dezelfde achternaam:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (A. Klaassen paginanummer). Uitwerking van het argument dient logisch te zijn, waarbij het een volgt uit het ander (B. Klaassen paginanummer).

  • Verwijzing naar meerdere artikelen van naar één auteur:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen, “Titel” paginanummer; Klaassen, “Titel” paginanummer)

LET OP: als de betreffende titels erg lang zijn mag je ze inkorten.

  • Verwijzing naar meerdere boeken van naar één auteur:

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen, Titel paginanummer; Klaassen, Titel paginanummer)

LET OP: als de betreffende titels erg lang zijn mag je ze inkorten.

Herhaling van verwijzingen

  • Herhaling binnen alinea

Een goede scriptie heeft een kop en een staart, met een body dat een goed onderbouwd argument bevat (Klaassen paginanummer). Uitwerking van het argument dient logisch te zijn, waarbij het een volgt uit het ander (ibidem paginanummer).

Literatuurlijst

Hieronder is de structuur van referenties in de literatuurlijst weergegeven. Let goed op hoofdletters, punten en/of komma’s, en cursieve delen. Structureer je literatuurlijst op alfabetische volgorde.

LET OP: in de onderstaande uitwerking zijn alle woorden precies volgens de normen met of zonder hoofdletters geschreven, en staan alle punten en komma’s op de juiste plaats. Vul je de voorbeeldzinnen in met de juiste gegevens dan voldoe je gegarandeerd aan de normen.

TIPS:

  • Neem alleen de titels in je literatuurlijst op waar je daadwerkelijk naar verwijst in de tekst
  • Een elektronische bron geef je weer via de doi-code (digital object identifier). De code vind je bovenaan het artikel of boek, of bij de auteursgegevens
  • Recente artikelen zijn vaak al online beschikbaar, nog voor ze in een papieren journal te lezen zijn. Refereer aan zulke artikelen als digital bron (met doi-code) of vervang het jaartal van de referentie door in press
  • Een boek op books.google.com gelezen? Geef dan de referentie van het papieren boek (scroll naar het colofon voor de titelgegevens)
  • In het Engels schrijf je het eerste woord na een dubbele punt met een hoofdletter, in het Nederlands met een kleine letter
  • In de titel schrijf je de eerste woorden van de titel én namen, syndromen en labels met een hoofdletter. In de bronvermelding schrijf je alle woorden (zowel de woorden uit journal-namen als van uitgeverijen) met hoofdletter

Boek

  • Éen auteur:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. editienummere ed. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

  • Twee auteurs:

Achternaam, Voornaam, en Voornaam Achternaam. Titel: Subtitel. editienummere ed. Plaats van uitgave: Uitgeverij, jaartal.

  • Drie (of meer) auteurs:

Achternaam, Voornaam, Voornaam Achternaam, en Voornaam Achternaam. Titel: Subtitel. editienummere ed. Plaats van uitgave: Uitgeverij, jaartal.

  • Vier of meer auteurs:

Achternaam, Voornaam, et al. Titel: Subtitel. editienummere ed. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

Boek samengesteld door editor(s)

  • Éen editor:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Ed. Voornaam Achternaam. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

  • Twee of meer editors:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Ed. Voornaam Achternaam en Voornaam Achternaam. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

Boektypen

  • Vertaald boek:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Vert. Voornaam Achternaam. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

  • Latere druk:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Jaartal 1e druk. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal huidige druk.

  • Eén van meerdere volumes:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Vol. volumenummer. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

LET OP: bij een vertaald boek komt de naam van de vertaler vóór het volumenummer.

  • Hoofdstuk uit een boek

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Hoofdstuk nummer. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal.

  • Deel van een boek (bv inleiding)

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Plaats van uitgave: Uitgeverij, Jaartal. paginanummer-paginanummer.

  • Lemma uit een encyclopedie

Titel: Subtitel. Encyclopedie Titel. editienummere ed., Jaartal.

Artikel

  • Éen auteur:

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Tijdschrift van de Wetenschap dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

  • Twee of drie auteurs:

Achternaam, Voornaam en Voornaam Achternaam. “Titel: Subtitel.” Tijdschrift van de Wetenschap dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

  • Vier of meer auteurs:

Achternaam, Voornaam et al. “Titel: Subtitel.” Tijdschrift van de Wetenschap dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

Krantenartikel

  • Bij bekende auteur:

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Krant dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

  • Bij onbekende auteur:

“Titel: Subtitel.” Krant dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

  • Review van artikel of boek:

Achternaam reviewer, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Review van Titel van Voornaam Achternaam. Tijdschrifttitel dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

  • Editorial of ingezonden brief

Achternaam, Voornaam. Editorial/Ingezonden brief. “Titel: Subtitel.” Tijdschrifttitel dag maand jaar: paginanummer-paginanummer.

Digitale bron

  • Online journal-artikel (ook in print beschikbaar):

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Tijdschrift van de Wetenschap volgnummer (jaartal): paginanummer-paginanummer. Web. dag maand jaar van bezoek.

  • Online (web)tekst of artikel:

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Websitetitel. Uitgever, dag maand jaar. Web. dag maand jaar van bezoek.

  • Website (bijvoorbeeld als verwijzing naar een instantie):

Naam website/instantie/auteur. Titel (indien beschikbaar). Uitgever, dag maand jaar. Web. dag maand jaar van bezoek.

  • Afbeelding

Achternaam, Voornaam. Titel. Jaartal. Materiaal. Museum, Plaats. Web. dag maand jaar van bezoek.

LET OP: als er geen publicatiedatum bekend is, geef je op de plaats van de data ‘n.d’ voor no date.

Andere uitgaven

  • Proefschrift:

Achternaam, Voornaam. Titel: Subtitel. Diss. Instituut, jaartal promotie. Plaats van uitgave: Uitgeverij, jaartal publicatie. Proefschriftnummer.

  • Email:

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Bericht naar Voornaam Achternaam. Dag maand jaar. E-mail.

  • Blog:

Screennaam [Voornaam Achternaam]. “Titel: Subtitel.” Websitetitel. Website-uitgever (instituut), dag maand jaar. Web. datum van bezoek.

  • Persoonlijk interview (door jou afgenomen):

Achternaam geïnterviewde, Voornaam. Persoonlijk interview. Datum.

  • Gepubliceerd interview:

Achternaam interviewer, Voornaam. Interview met Voornaam geïnterviewde Achternaam. Tijdschrift volumenummer (jaartal): paginanummer-paginanummer.

  • Speech, lezing, college:

Achternaam, Voornaam. “Titel: Subtitel.” Naam gelegenheid (bv congres, vak). Plaats. Dag maand jaar. Type lezing.

  • Schilderij:

Achternaam, Voornaam. Titel. Jaartal. Materiaal. Museum, Plaats.

  • Fotoreproductie van schilderij:

Achternaam, Voornaam. Titel. Jaartal. Materiaal. Museum, Plaats. Boektitel. Editienummere ed. Door Voornaam Achternaam en Voornaam Achternaam. Plaats van uitgave: Uitgeverij, paginanummer.

  • Film of video:

Titel. Dir. Voornaam Achternaam. Perf. Voornaam Achternaam Acteur, Voornaam Achternaam Acteur, en Voornaam Achternaam Acteur. Uitgever, jaartal. Medium.

Opmaak

  • Van klein naar groot:

Klaas, Ruud. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
Klaassen, Jan. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
Klaassen, Jan, en Anton Pieters. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

  • Onbekende auteur boven bekende auteurs

Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
Klaassen, Jan. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
Klaassen, Jan, en Anton Pieters. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

  • Bij twee artikelen van dezelfde (hoofd)auteur, orden je ze

1) op jaartal:

Klaassen, Jan. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2013.

2) op volgende auteur:

Klaassen, Jan, en Anton Pieters. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2013.
Klaassen, Jan, en Jip Zebedeus. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2013.

3) op het eerste woord uit de titel:

Klaassen, Jan. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

  • Bij twee artikelen van (hoofd)auteurs met dezelfde naam, orden je op voorletter:

Klaassen, Jan. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

Klaassen, Piet. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

  • Voorvoegsels op alfabetische volgorde:

MacKlaassen, Jan. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.
McKlaassen, Jan. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

Van de Klaassen, Jan. Over scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2012.

Van Klaassen, Jan. Bijna afgestudeerd. Amsterdam: Uitgeverij Fictief, 2013.

  • Film-, website en afbeeldingenlijst

Je kunt ervoor kiezen om aparte referentielijsten te maken voor literatuur, films, websites en afbeeldingen (afhankelijk van de vraag in jouw opleiding). Alle referenties mogen echter ook in één lijst. Sorteer ze dan op de eerste letter van de referentie. Voor boeken en artikelen is dat de eerste letter van de achternaam, voor films van de titel, voor websites van de organisatie, en voor afbeeldingen van dat wat bekend is.