Een kwantitatief onderzoek doe je om met behulp van cijfers informatie over een bepaald fenomeen boven tafel te krijgen. Dat fenomeen onderzoek je omdat dat volgens jou het onderzoeken waard is. Dat klinkt misschien triviaal, maar het is essentieel om een goede scriptie te kunnen schrijven. Een statistisch onderzoek is namelijk bedoeld om bestaande kennis te onderbouwen, aan te vullen, uit te werken, toe te passen of juist tegen te spreken. Je onderzoek staat dus niet op zichzelf maar staat midden in een onderzoeksgebied. Om straks jouw onderzoeksresultaten goed te kunnen interpreteren, moet je dus precies weten wat jouw onderzoek interessant maakt binnen dat onderzoeksgebied.

Om je onderzoek aan zo’n onderzoeksgebied te kunnen koppelen, is het belangrijk dat je je onderzoeksvraag goed afbakent. Wát je wil onderzoeken moet natuurlijk relevant zijn voor dat onderzoeksgebied. Bovendien is je onderzoeksvraag bepalend voor je onderzoeksmethode: het soort vraag dat je stelt bepaalt voor een groot deel wat voor analyses je kunt doen en dus wat voor soort antwoorden je straks op je vraag kunt geven. Je onderzoeksvraag is dus vooral jouw leidraad voor het uitvoeren van je onderzoek en het opzetten en structureren van je scriptie.

Nb. Je kunt ook kwantitatief onderzoek doen om een casus in kaart te brengen. Je kunt bijvoorbeeld beleid in een bedrijf onderzoeken op basis van survey-informatie. Ook daarbij moet je informatie interpreteren in het licht van bepaalde voorkennis, bijvoorbeeld de beleidsplannen van dat bedrijf, veranderingen door toedoen van nieuw beleid of wetenschappelijke literatuur over beleid in andere bedrijven. Ook in dat geval is dus belangrijk dat je je onderzoeksvraag goed afbakent en je tekst structureert!

Hoe doe je dat?

In scriptiehandleidingen staat vaak dat je inleiding als laatste moet schrijven. WAAR, want je kan je introductie pas geven als je onderzoek al is gedaan. MAAR. Voor je begint te schrijven, moet jij al precies weten waar je naar toe werkt. Dit om te voorkomen dat je in het wilde weg gaat schrijven en zo de draad van je verhaal kwijt raakt. Dus, wat je ook doet, bedenk éérst een goede onderzoeksvraag!

Stappenplan

Op deze site wordt je een stappenplan geboden om vanuit de onderzoeksvraag je complete scriptie door te werken. Dat proces bestaat uit drie fases – een denkfase, een schrijffase en een afrondingsfase – die ieder bestaan uit een aantal stappen. Vaak worden de stappen in de denkfase een beetje voor lief genomen en stomen studenten meteen door naar de schrijffase. Onderschat echter niet hoe belangrijk het is om de structuur van je stuk al helder te hebben voor je begint te schrijven; vergelijk het met een kleurplaat: de lijnen zijn nodig om te zien welke kleuren waar moeten komen in dat totaalplaatje (dat klinkt ongetwijfeld een beetje blasé, maar het is wel de beste manier om jezelf op weg te helpen!).

De stappen worden hieronder stuk voor stuk toegelicht.

FASE 1: DENKFASE

Stap 1: Onderzoeksvraag formuleren: wat onderzoek je precies?

Stap 2: Probleemstelling verhelderen: waarom onderzoek je dat?

FASE 2: ONDERZOEKSFASE

Stap 3: Onderzoek opzetten en uitvoeren: onderzoeksmethode, testen, analyseren

Stap 4: Onderzoek rapporteren: methode en resultaten uitschrijven

FASE 3: SCHRIJFFASE

Stap 5: Scriptie structureren & inhoudsopgave maken: hoe ga je je argument precies uitleggen?

Stap 6: Scriptie schrijven: literatuur reviewen en hoofdstukken uitwerken

Stap 7: Conclusie(s) trekken: resultaten interpreteren onderzoeksvraag beantwoorden

FASE 4: AFRONDINGSFASE

Stap 8: Referenties: literatuurlijst maken

Stap 9: Abstract schrijven: argumentatie samenvatten

Vastgelopen in je schrijffase? Leg dan je schrijfwerk even opzij en doorloop nog eens de denkfase. Een helder perspectief (en jezelf daarbij even boven dat moeras van informatie plaatsen) kan enorm helpen om je in de schrijffase weer op gang te helpen!

Stap 1: Onderzoeksvraag formuleren

– Wat wil ik weten?

De eerste en belangrijkste stap van je kwantitatieve onderzoek is het formuleren van een onderzoeksvraag. Van daaruit structureer je namelijk je hele scriptie. De vraag is bepalend voor je methode van onderzoek aan de ene kant, en de opbouw van je scriptie (rapportage) aan de andere.

Een onderzoeksvraag bestaat in principe uit twee of meer constructen waartussen een bepaald verband wordt verondersteld. Je vraagt je bijvoorbeeld af welk effect roken heeft op de gezondheid, of hoe een beleidsvoorstel in een bedrijf de winstmarges heeft beïnvloed. Deze voorbeelden bevatten twee constructen (bijvoorbeeld ‘roken’ en ‘gezondheid’) waartussen een causaal verband wordt verondersteld (want verondersteld wordt dat door roken iets verandert in de gezondheid, oftewel, er wordt oorzakelijkheid verondersteld). De vragen zijn bovendien open gesteld: ze laten ruimte voor het vinden van een of meer antwoorden die je systematisch kunt onderzoeken en presenteren.

Een onderzoeksvraag is dus een algemene vraag die jouw onderzoek leidt: de constructen die je kiest en het verband dat je daartussen veronderstelt, bepalen hoe en wat je precies gaat beschrijven. Om dat concreet te maken, maak je gebruik van een hoofdvraag, deelvragen en hypothesen. Omdat deze elementen zo bepalend zijn voor de inhoud van je onderzoek, is het cruciaal dat je deze goed formuleert en uitdenkt voor je begint te schrijven. Je kunt de formulering altijd later nog aanpassen, maar de vraag als leidraad is noodzakelijk om je scriptie überhaupt te kunnen structureren.

De hoofdvraag is de concrete vertaling van je onderzoeksvraag, waarin je de twee constructen en het verband daartussen helder opschrijft. Om te zorgen dat je het juiste verband op de juiste manier gaat onderzoeken en beschrijven, is het aan te raden de hoofdvraag schematisch uit te tekenen, zodat de structuur van je vraag steeds helder in je hoofd zit. De hoofdvraag werk je uit in concrete deelvragen. Deelvragen moet alle elementen en implicaties uit je hoofdvraag dekken. Een deel van die implicaties zal je moeten uitwerken in je inleiding, een deel vertaal je naar je concrete onderzoek. BELANGRIJK is dus dat je zowel de hoofdvraag als de deelvragen uitwerkt voor je begint te schrijven, en te checken of jouw deelvragen je daadwerkelijk in staat stellen op een antwoord op je hoofdvraag te formuleren. Stel jezelf in dit denkproces dus steeds de vraag:

Wat wil ik weten, en wat moet ik nu precies doen om die vraag te kunnen beantwoorden?

De hoofd- en deelvragen zijn vooral belangrijk als geheugensteun en richtingaanwijzer voor jou in het schrijfproces. Afhankelijk van de eisen in jouw opleiding, geef je deze vragen in je inleiding concreet weer en/of werk je ze uit tot hypothesen. Hypothesen zijn vooronderstellingen van algemene aard, die je door middel van onderzoek (hetzij gevonden in de literatuur, hetzij zelf kwalitatief of kwantitatief onderzocht) probeert te onderbouwen. Hiermee geef je een verwachting over je resultaten, die je vervolgens kunt toetsen. Een hypothese kan bijvoorbeeld zijn dat een nieuw beleidsplan een positieve uitwerking heeft gehad op arbeidsmotivatie. Omdat hypothesen vaak wat wetenschappelijker en fancyer geformuleerd zijn, is het aan te raden in ieder geval altijd je hoofd- en deelvragen ernaast te houden.

Stap 2: Probleemstelling verhelderen

– Waarom is mijn vraag interessant?

De onderzoeksvraag die je net hebt geformuleerd kwam uiteraard niet uit de lucht vallen, maar heb jij bedacht op basis van de berg literatuur die je daarvoor al had gelezen. Er was iets in die literatuur dat jouw aandacht trok, iets waar je meer over wilde weten of iets waar jij (of andere auteurs) het niet mee eens bent (of zijn). Dat betekent dat jij jouw scriptie altijd schrijft met een bepaalde reden. Die reden maakt dat jij een dat oerwoud aan literatuur juist deze constructen haalt om te onderzoeken.

De vraag die jij jezelf nu moet stellen is dus: wat maakt dat ik juist deze onderzoeksvraag stel? Waarom is die vraag

1) interessant?

voor mij als lezer van al die bestaande literatuur, voor andere personen (wetenschappers, de maatschappij, specifieke groepen mensen) of voor bepaalde processen op toepassingen (denk aan de ontwikkeling van nieuw beleid)

en 2) relevant?

voor het onderzoeksgebied zelf (is er bijvoorbeeld een nieuwe ontwikkeling of opvallende ontdekking die het waard is om af te zetten tegen oude opvattingen? Of is er een discussie gaande die er om vraagt eens helder uiteengezet te worden?)
of voor de maatschappij (is het bijvoorbeeld nodig om oude gewoonten onder de loep te nemen?)

Door over de relevantie van je vraag na te denken, kun je straks in jouw scriptie aangeven waarom het zo belangrijk is om bepaalde constructen en hun verbanden te onderzoeken. Dat ga je straks uitwerken door een schets te geven van het theoretische kader waarin je je onderzoek doet. Dat wil zeggen dat je weer gaat geven welke theorieën er bestaan over jouw onderwerp, en op welke manier jouw onderzoeksvraag daaruit volgt.

BELANGRIJK in deze denkfase is dat je je af vraagt waarom jouw vraag relevant is, voordat je begint te schrijven. Stel dat jij er, door jezelf deze vraag te stellen, achter komt dat jouw vraag interessant noch relevant is, dan kun je op dit punt je vraag zo bijschaven dat deze wel interessant wordt (wat op zijn minst nuttig is voor je eigen motivatie!). Door na te denken over je probleemstelling voordat je begint te schrijven, krijg je bovendien op voorhand al meer grip op de plek die jouw onderzoek inneemt in een onderzoeksgebied. Een onderzoek staat nooit op zichzelf, maar is altijd verbonden aan alle dingen die we al weten. Als jij die plaats van jouw onderzoek in dat onderzoeksgebied helder voor je ziet, wordt je automatisch duidelijk welke zaken jij straks, bij het uitwerken van je probleemgebied en de rest van je argument, zal moeten beschrijven om de stand van zaken helder te krijgen. En als jij dat zelf serieus neemt, krijgt je betoog al op voorhand meer overtuigingskracht!

NB: Veel opleidingen vereisen een uitgebreide opzet of onderzoeksvoorstel voordat je aan je onderzoek begint. Dat is niet alleen belangrijk om aan je begeleider te laten zien wat je gaat doen, maar ook om jezelf alvast op weg te helpen in je eigen onderzoeks- en schrijfproces. Zorg dus dat je voor jezelf voldoende tijd aan stap 1 en 2 besteed, voordat je begint aan je onderzoek (en kijk er voordat je begint met het daadwerkelijk schrijven van je scriptie nog eens goed naar terug).

Stap 3: Onderzoek opzetten en uitvoeren

– Hoe ga ik mijn onderzoeksvraag onderzoeken?

In de denkfase heb je een onderzoeksvraag opgesteld op basis van iets dat jou opviel in de literatuur. Je hebt dus vanuit een probleemstelling of theoretisch kader een onderzoeksvraag geformuleerd. Die vraag heb je vervolgens afgebroken tot een onderzoekbare hoofdvraag (zie stappenplan) en een aantal concrete deelvragen. Wat je nu precies moet gaan onderzoeken, hangt dus af van de vragen die je gesteld hebt. Dat klinkt misschien weer triviaal, maar het is heel belangrijk om goed na te denken over wat voor soort vragen je gesteld hebt. Op basis van het type vraag dat je stelt, kun je namelijk bepalen welke methodologie je moet gebruiken.

Wil je bijvoorbeeld iets kunnen zeggen over het effect van een bepaalde behandeling op menselijk gedrag? Dan kun je experimentele onderzoeksmethoden gebruiken waarbij je groepen vergelijkt. Wil je onderzoeken hoe een concrete groep mensen (bijvoorbeeld werknemers van bedrijf X) heeft gereageerd op een nieuw beleidsplan? Dan kun je hun arbeidsprestaties meten óf hun opvattingen en gevoelens uitvragen. Welke van al die onderzoeksmogelijkheden je kiest hangt dus af van jouw vraagstelling. Daarin kun je kiezen voor kwantitatieve methoden, maar ook voor kwalitatieve of een combinatie van die twee (mixed methods).

Cruciaal is dat je voordat je aan je onderzoek begint echt goed weet waarom je voor een bepaalde methodologie kiest. Veel studenten komen er tijdens het schrijven van hun scriptie (zie schrijffase) achter dat ze met de gekozen methode eigenlijk geen antwoord kunnen geven op hun vraag. Vaak passen ze de vraag achteraf aan, maar dan klopt die vaak weer niet met de probleemstelling, waardoor het enorm moeilijk wordt om je proces goed te beschrijven.

Zorg dus dat je voldoende tijd besteed aan het uitdenken van je methodologie.

Gouden regel: wat je niet begrijpt, kun je ook niet beschrijven. Gebruik dus liever een simpele methode die je goed kunt uitleggen dan een complexe, waardoor je geheid vast gaat lopen in je analyses en schrijffase. En kies je toch voor een meer complexe techniek, zorg dan dat je begrijpt waarom die meer zegt dan een simpele.

Stap 4: Onderzoek rapporteren

– Hoe kan ik mijn onderzoek en resultaten beschrijven

?

Op dit punt in je scriptieproces heb je vanuit de literatuur een onderzoeksvraag geformuleerd en vertaald naar een onderzoeksmethode. Om in je scriptie een goed verslag te kunnen schrijven van jouw onderzoeksresultaten in het licht van je onderzoeksgebied, is het belangrijk je onderzoek goed te rapporteren. Om jouw lezer straks te kunnen overtuigen van hoe relevant en interessant jouw onderzoek is voor jullie onderzoeksgebied, moet hij namelijk wel een idee kunnen krijgen van hoe jij tot jouw antwoorden bent gekomen.

Je scriptie is het verslag van je onderzoek dat uit twee belangrijke elementen bestaat, namelijk 1) rapportage en 2) interpretatie. De rapportage van je onderzoek is de zuivere en neutrale weergave van wat je precies hebt gedaan en wat dat heeft opgeleverd. Rapportage is dus het heel precies beschrijven van je onderzoeksmethode en van je onderzoeksresultaten. Je onderzoeksmethode beschrijf je op basis van je onderzoeksopzet (zie Onderzoek). Je onderzoeksresultaten beschrijf je op basis van de output van je kwantitatieve analyses (vaak op basis van output uit SPSS).

Belangrijk is dat je in deze rapportage geen meningen, theorieën, of interpretaties weergeeft. Je verslaat alleen wat er precies is gebeurd, zodat je straks in je discussie kunt verantwoorden hoe je tot je conclusies en antwoorden gekomen bent. De interpretatie van je resultaten in het licht van het onderzoeksgebied, komt dus ook pas aan de orde in de discussie en/of conclusie, waarin je de informatie uit je onderzoeksgebied verbindt aan jouw eigen resultaten (zie schrijven).

Stap 5: Scriptie structureren (inhoudsopgave)

– Hoe ga ik mijn onderzoeksvraag beantwoorden?

Na het afronden van het onderzoek sta je voor de laatste grote klus van je scriptieproces: het schrijven. Waarschijnlijk ben je door je onderzoek erg in een doe-modus: je onderzoek vereiste concreet en actief handelen en vooral lekker uitvoerend bezig zijn. Aan het begin van je schrijffase moet je juist even terugschakelen naar een denkfase; want wat heb je eigenlijk gedaan, en wat uit al die inspanningen moet er op papier komen? Om de boel weer te kunnen overzien en straks goed op te schrijven, moet je op dit punt dus even in helikopterperspectief boven je scriptieproces gaan hangen.

Je kwantitatieve onderzoek heb je uitgevoerd om iets te kunnen toevoegen aan een onderzoeksgebied. Je scriptie dient om je lezer te laten zien dat jouw onderzoek dat ook echt doet. Daarvoor is de presentatie van je argument cruciaal. Oftewel: je moet laten zien dat jouw onderzoeksvraag logisch voortkomt uit het onderzoeksgebied, en je antwoord op je onderzoeksvraag logisch volgt uit je onderzoek. Het is dus belangrijk om voordat je begint te schrijven even terug te halen wat je precies wil(de) beargumenteren met je onderzoek en wat dat op zou leveren voor het onderzoeksgebied. Zo kun je de structuur van je argument bedenken voor je begint te schrijven.

Je scriptie op voorhand structureren doe je het best door eerst een inhoudsopgave te maken. Hoeveel en welke paragrafen of hoofdstukken nodig zijn bepaal je aan de hand van je deelvragen (zie denkfase en onderzoeksvraag). Je kunt per deelvraag een hoofdstuk schrijven, maar je kunt ook verschillende deelvragen in een hoofdstuk bespreken (bijvoorbeeld in verschillende paragrafen). Je groepeert je deelvragen dan thematisch. Belangrijk is dat je argumentatie steeds logisch volgt uit het voorgaande.

Je (voorlopige) inhoudsopgave fungeert als een laatste check voordat je begint te schrijven. Je weet nu op voorhand precies wat je gaat doen en hoe, en je weet meteen of je daarmee ook echt in staat zal zijn een antwoord op je vraag te formuleren. En door de lijnen van je argument dus zo uit te zetten wordt het schrijven eigenlijk een invuloefening!

Nb. Vaak wordt een kwantitatief onderzoek gerapporteerd in een format van Inleiding-Methode-Resultaten-Discussie. Ook daarin moet je de tekst goed structureren, zodat je jouw interpretaties straks kunt verantwoorden. Je inleiding moet een kort en bondig overzicht van de literatuur bevatten waar je hoofdvraag logisch uit volgt. Daaruit moet weer logisch volgen hoe je je hoofdvraag gaat onderzoeken. Bedenk dus ook voor je inleiding een goede inhoudsopgave!

Stap 6: Scriptie schrijven

– Hoe schrijf ik nu die scriptie?

Na het afronden van je denk- en onderzoeksfase begint het grote werk: schrijven. Veel studenten zien daar tegenop of lopen er in vast, maar zoals je hiervoor hebt gezien komt het – als je voldoende tijd hebt besteed aan het bedenken van je structuur en jezelf daarin dus goed op weg hebt geholpen – uiteindelijk neer op het inkleuren van de lijnen die je al hebt uitgezet. (Des te belangrijker dus ook om je aan die lijnen te houden! Zo zijn ze niet alleen je houvast, maar ook je stok achter de deur). Vastgelopen? Keer dan nog eens terug naar de denkfase (zie ook scriptie structureren). Zet zo opnieuw de lijnen van je scriptie uit. Gebruik vervolgens de teksten die je al geschreven had om die structuur in te kleuren.

In het schrijven van je scriptie zijn drie zaken van belang: 1) structuur, 2) inhoud, en 3) schrijfstijl. De structuur heb je in je vorige stap uitgezet: je hebt een plan gemaakt door je deelvragen te vertalen in een inhoudsopgave, waarbij je voor jezelf hebt aangegeven welke literatuur je op welke plek moet gaan gebruiken om een antwoord te kunnen geven op je deel- en hoofdvragen. Daarmee heb je dus óók al een belangrijke opzet gegeven voor je inhoud: je weet al wat je moet beschrijven om naar de eindstreep te komen.

Hoe je dat doet komt neer op het goed beschrijven en gebruiken van je literatuur en onderzoeksrapportage. Keyword in het inhoudelijke proces is logica. Alles wat je opschrijft, moet logisch volgen uit het voorgaande. Dat betekent dat elk artikel en elk resultaat dat jij presenteert, een logische functie heeft in het beantwoorden van je hoofdvraag. Een logische volgorde krijg je door jezelf tijdens het schrijven steeds in de rol van lezer te verplaatsen: wat zou ik als lezer nu willen/moeten weten? Kan ik Z al vertellen als ik A nog niet heb uitgelegd? En is het handig om P uit te leggen voor Q, of toch beter andersom?

Cruciaal is dat je hierbij steeds je onderzoeksvraag in je hoofd houdt: waarom wil ik mijn lezer dit vertellen? En wat wil ik hem dan precies duidelijk maken? Door jezelf steeds deze vragen te stellen, wordt jouw hoofdvraag de leidraad voor de inhoud van je scriptie. Je bronnen (literatuur) kun je nu binnen dit kader van je hoofdvraag presenteren: als je een artikel beschrijft, geef je daarbij niet alleen aan wat de auteurs in hun artikel meldden, maar je geeft ook aan waarom JIJ dat hier nu beschrijft. Hetzelfde geldt voor de resultaten van je eigen onderzoek: alle rapportage van je onderzoek moet terug slaan op je hoofdvraag (afhankelijk van je opleiding doe je dat impliciet of expliciet, zie rapportage). Door de literatuur en resultaten die je beschrijft steeds te koppelen aan je hoofdvraag, kan je antwoord straks logisch volgen uit je onderzoeksrapport.

Stap 7: Conclusie(s) trekken

Hoe kan nu mijn hoofdvraag beantwoorden?

De conclusie is het sluitstuk van je scriptie, waarin je twee belangrijke dingen doet, namelijk het beantwoorden van je hoofdvraag én het terugkoppelen van jouw antwoord aan het onderzoeksgebied. In je conclusie werk je dus met een omgekeerd trechtermodel: je vat je resultaten van jouw specifieke onderzoek samen, en interpreteert deze vervolgens in het licht van wat we in dat onderzoeksgebied al wisten.

Het antwoord op je hoofdvraag heb je door je scriptie heen eigenlijk al uitgewerkt. Door de beschrijving en combinatie van je literatuur (zie schrijven) heb je de eerste deelvragen al beantwoord, en je onderzoek zelf heeft dat afgemaakt. In de structuur van je scriptie heb je er al voor gezorgd dat elk hoofdstuk een antwoord op een deelvraag of cluster van deelvragen dekte. Omdat je in de denkfase van je scriptie je structuur zo hebt ingericht dat je deelvragen samen precies de hoofdvraag dekten, is het schrijven van je conclusie een kwestie van al die antwoorden op de deelvragen combineren tot een genuanceerd antwoord op je hoofdvraag.

Belangrijk bij het schrijven van je conclusie, is dat jouw lezer in principe voldoende informatie zou krijgen als hij alleen je inleiding en je conclusie zou lezen. Dat betekent dat je niet alleen je antwoord op de hoofdvraag moet formuleren, maar ook kort aan de lezer moet uitleggen hoe je tot dat antwoord bent gekomen. Je geeft hem dus een beetje informatie over jouw onderzoeksproces. Dat doe je vooral om je conclusies te kunnen verantwoorden: de lezer moet in jouw conclusie een grove inschatting kunnen maken van de waarde van jouw antwoord. Dat kan hij alleen doen als hij een indruk heeft van hoe jij dat antwoord gevonden hebt.

In je conclusie geef je echter niet alleen het antwoord op je hoofdvraag, maar koppel je dat antwoord ook aan het onderzoeksgebied waarbinnen je je onderzoeksvraag hebt geformuleerd. Je kunt bijvoorbeeld aangeven wat jouw bevindingen zeggen over de stand van zaken in dat onderzoeksgebied, of ze iets hebben toegevoegd, een nieuw inzicht hebben gegeven of misschien juist een overtuiging hebben tegengesproken. Zo plaats je dus jouw onderzoek binnen het onderzoeksgebied.

Stap 8: Referenties

– Hoe maak ik een literatuurlijst?

Het oog wil ook wat, en dus is het essentieel dat je literatuurlijst er goed uit ziet. Een literatuurlijst die niet precies voldoet aan de stijleisen, wekt de indruk van slordigheid en haastwerk, wat voor jouw beoordelaar waarschijnlijk een cue is om kritischer naar je stuk te kijken. Zorg dus dat je referenties netjes in orde zijn.

Hoewel het sterk aan te raden is om al tijdens het schrijven van je scriptie (zie schrijven) bij te houden waar je je informatie vandaan haalt (denk aan paginanummers bij citaten, erg vervelend om dat naderhand nog terug te moeten zoeken), is het van belang ná het schrijfproces nog minstens een dag te besteden aan het opschonen van je referenties en literatuurlijst. Het maken van een literatuurlijst valt of staat namelijk met twee zaken: netheid en consistentie. De meest voorkomende referentiestijlen zijn de APA- en de MLA-conventie. Beide kennen een zeer precieze formulering van allerlei soorten literatuurverwijzingen. Kies de stijl die in jouw opleiding wordt gevraagd en voer deze consistent door. Lees na het opstellen je lijst nog een keer tot op de komma na. Laat hem desnoods nog eens door iemand anders nakijken.

Stap 9: Abstract schrijven

Hoe vat ik alles samen in 200 woorden?

Een abstract is een zeer beknopte samenvatting van je onderzoek. In een klein aantal woorden geef je zowel inzicht in jouw onderzoeksproces als in de belangrijkste resultaten en het belang daarvan voor het onderzoeksgebied waarbinnen je je scriptie hebt geschreven.  Je kunt je abstract dus ook pas schrijven als je echt helemaal klaar bent, en precies weet wat je onderzoek heeft opgeleverd.

Wees niet bang voor het kleine aantal woorden: nuance hoeft in een abstract niet (echt) aanwezig te zijn. De abstract dient vooral om de lezer te motiveren jouw stuk te lezen. Daarvoor moet je die lezer precies genoeg informatie geven om hem te overtuigen dat je een voor hem interessant stuk hebt geschreven. Denk maar aan hoe je zelf artikelen selecteerde voor je scriptie: om te bepalen of een artikel voor jouw onderzoek relevant was, selecteerde je artikelen vaak op basis van een zeer kleine hoeveelheid informatie in de abstract of op de achterflap van een boek. Die informatie moet dus precies de kern van het artikel dekken, zodat de lezer niet kan wachten het stuk verder door te lezen!