In kwalitatief onderzoek zijn theorie en onderzoek heel nauw aan elkaar verbonden. In het coderen van je interviews en/of documentanalyse heb je (waarschijnlijk) theoretische constructen gebruikt om uitspraken te kunnen groeperen (zie onderzoek). Op basis daarvan heb je responspatronen ontdekt en zwaartepunten en tegenstellingen aangegeven.

Om je scriptie goed te kunnen beschrijven, is het echter belangrijk om je resultaten en de theorie apart van elkaar te beschrijven. Jouw onderzoek vloeit voort uit de theorie, maar is daar niet aan gelijk: waar de theorie breed is, is jouw onderzoek toegespitst en specifiek. Wel moet je straks je resultaten weer terug koppelen naar de theorie, om te kunnen laten zien wat jouw onderzoek over de theorie zegt. Belangrijk is om nu zorgvuldig aan te geven wat de resultaten van jouw onderzoek zijn, zodat je verderop in je scriptie aan kunt geven wat die resultaten precies zeggen over de theorie (zie schrijven). Daarmee is het dus belangrijk je onderzoek zorgvuldig te rapporteren voordat je het interpreteert.

Onderzoeksmethode beschrijven

Om jouw lezer straks een goed inzicht te kunnen geven in de waarde van jouw onderzoek, is het belangrijk dat je hem heel precies uitlegt hoe je tot je antwoorden bent gekomen. Dat doe je ten eerste door je methode van onderzoek te rapporteren. Kijk daarvoor terug naar je onderzoeksopzet, een zeer groot deel van dat idee kun je uitwerken in je onderzoeksmethode-sectie.

Doelstelling of onderzoeksbenadering beschrijven

Om je methodologische keuzes zo meteen te kunnen verantwoorden, geef je eerst aan welk doel je hebt met dit specifieke onderzoek. Dat komt neer op het kort weergeven van je onderzoeksthema of –topic. Houdt daarbij in de gaten dat je op een heldere en begrijpelijke manier opschrijft wat je wil weten en waarom precies. Dat hoeft heen uitgebreide literaire verhandeling te zijn (dat ga je op een andere plek in je scriptie doen, zie schrijven), maar juist een korte praktische uitleg van jouw onderzoeksinsteek.

Onderzoeksdesign uitleggen

Vervolgens geef je weer hoe je je onderzoek hebt aangepakt. Daartoe geef je per hoofd- en deelvraag weer wat voor type onderzoek je precies hebt gebruikt om de vraag te kunnen beantwoorden.

  • Methode hoofdvraag

Neem de hoofdvraag

hoe wordt het nieuwe screeningsinstrument X voor depressie bij ouderen ontvangen?

(zie onderzoeksvraag en onderzoek).

Daarbij geef je aan dat je deze hoofdvraag kwalitatief gaat onderzoeken door ouderen die in huisartsenpraktijk Y met het screeningsinstrument gescreend zijn, te interviewen (denk in je beschrijving aan de drie vragen in het opzetten van je onderzoek).

  • Methode deelvraag

Vervolgens geef je per deelvraag de methode aan:

Deelvraag Methode
1. Wat is depressie bij ouderen? Literatuuronderzoek
2. Wat is de prevalentie van depressie bij ouderen? Literatuuronderzoek
3. Wat is de relevantie van screening op depressie bij ouderen? Literatuuronderzoek
4. Hoe zit het screeningsinstrument in elkaar? Brononderzoek / documentanalyse
5. Hoe ontvangen ouderen het screeningsinstrument? Interviews
  • Toelichting methoden

Vervolgens licht je de verschillende gebruikte methoden toe (eventueel in subparagrafen). Daarbij beschrijf je
–          de methode op zich, dus in algemene termen
–          de manier waarop je jouw vragen en/of constructen hebt gevormd
–          voorbeelden van je vragen en/of constructen

LET OP: in je beschrijving geef je hooguit enkele voorbeelden van je vragen om de lezer een goede indruk te geven van jouw manier van onderzoek. De interviewleidraad en/of coderingssleutel neem je op als bijlage. Vergeet niet om in je lopende tekst naar deze bijlage te verwijzen!

Doelgroep beschrijven

Vervolgens geef je aan welke doelgroep jouw onderzoek beslaat. Welke mensen wil je interviewen, en waarom juist zij? Wat doe je als je mensen benadert maar zij niet willen meewerken? Hoe ben je van plan een representatieve steekproef bij elkaar te krijgen?

Als je documentanalyse doet, geef je hier weer hoe je tot je selectie van documenten gekomen bent. Waarom juist deze artikelen, en waarom niet anderen? Hoe heb je je artikelen gevonden? En waarom vormt deze bron of combinatie van bronnen een relevante sample voor jouw onderzoek?

Analyses toelichten

Tenslotte leg je uit hoe je de data uit jouw methode straks gaat analyseren. Daarbij geef je aan of je inductief of deductief zal coderen. Bij inductief geef je aan welke constructen je daarvoor gaat gebruiken.

LET OP: Je onderzoeksmethode schrijf je altijd alsof je je onderzoek nog moet uitvoeren (dus in toekomstige tijd).

Onderzoeksresultaten beschrijven

Nadat je verslag hebt gedaan van je methode van onderzoek, geef je aan welke resultaten je gevonden hebt. Dat doe je in eerste instantie door je resultaten te rapporteren.

Onderzoeksproces beschrijven

In je onderzoeksresultaten geef je eerst een korte globale samenvatting van je onderzoeksproces. Daarbij geef je kort aan of je inderdaad je opzet hebt kunnen realiseren met betrekking tot je doelgroep (sample) en het uitvoeren van je interviews en/of documentanalyse. Zo had je bijvoorbeeld een plan opgesteld om te zorgen dat je een representatieve steekproef bij elkaar zou brengen. Is dat ook gelukt?

Verbanden en patronen beschrijven

Aan het eind van je onderzoek heb je de data uit je kwalitatieve onderzoek gecodeerd. Deze coderingen heb je vervolgens hiërarchisch gegroepeerd, zodat je er verbanden en patronen in kon ontdekken. Bij verbanden kun je denken aan de samenhang waarmee bepaalde meningen optraden (bijvoorbeeld: mensen die aangaven niet zo’n voorstander te zijn van medisch ingrijpen, lieten ook een negatieve attitude zien over het nieuwe screeningsinstrument X).

In de rapportage van je verbanden kun je voor verschillende volgordes kiezen. Zo kun je ze weergeven per construct, of per hoofdvariabele van je coderingssleutel. Zo kun je in een onderzoek naar leiderschap van een partijleider de waardering door partijgenoten weergeven op verschillende elementen van leiderschap zoals kwaliteit, motivering, communicatie, authenticiteit et cetera. Ook kun je ervoor kiezen om de volgorde van je deelvragen aan te houden.

BELANGRIJK is dat je je rapportage weergeeft met je interpretatie straks al goed in je hoofd – die interpretaties geef je nog niet, maar je presenteert je resultaten wel op een volgorde die straks logisch aansluit (zie ook schrijven) bij je interpretaties.

Verbanden en patronen weergeven in tabel of diagram

De belangrijkste verbanden geef je weer in een tabel, zodat de lezer in één oogopslag kan zien hoe jij je codes hebt gegroepeerd en wat de belangrijkste resultaten daarvan zijn. Je kunt kiezen voor

    • een tabel met aantal coderingen per categorie (om zwaartepunten aan te geven)
Leiderschapsstijl element Codering
Motiverend 1, 4, 5
Authentiek 2
Inhoudelijk 3, 6, 7, 8
Doortastend 9
    • een tabel waarin je de hoofdcategorieën weergeeft, met een representatief citaat
Leiderschapsstijl element Citaat
Motiverend “Hij benadrukt altijd goede ideeën tijdens de vergadering”
Authentiek “Zijn keuzes zijn verrassend en eigen”
Inhoudelijk “Ik ben altijd gerust op haar vermogen de juiste beslissingen op het juiste moment te nemen”
Doortastend “Het is wel altijd spijkers met koppen bij haar ja”
  • een schematische weergave van de coderingen die je hebt samengevoegd tot een hoofdcategorie 2.4figuur3
  • een diagram waarin je verandering van meningen over tijd aangeeft 2.4figuur4

Het type diagram of tabel dat je kiest, hangt af van wat jij precies met je resultaten wil vertellen. Zo kan het voor een exploratief onderzoek (zie 3e vraag in onderzoek) vooral nuttig zijn om een schematische weergave van gegroepeerde coderingen te geven, terwijl het voor toetsend onderzoek interessanter kan zijn om een aantal treffende citaten per categorie weer te geven.

Subconclusie onderzoek

Je eindigt je rapportage met een korte subconclusie of samenvatting van je resultaten. Dit is direct het antwoord op de deelvra(a)g(en) die je met behulp van je kwalitatieve onderzoek hebt onderzocht. Hier geef je dus een overzicht van de belangrijkste resultaten uit jouw onderzoek, en geef je aan in hoeverre jouw doelstelling met het onderzoek daarmee is uitgekomen.

LET OP: Dit is niet hetzelfde als terugkoppeling naar de literatuur. Om je resultaten goed te kunnen rapporteren is het van belang dat je je deelvraag eerst afrondt, voordat je naar de interpretatie in het licht van je onderzoeksgebied kunt overgaan (zie schrijven en conclusies trekken)