De onderzoeksvraag is de essentie van elk onderzoek. Een goede vraag is cruciaal, zowel voor de inhoud als voor de structuur van je scriptie. De vraag helpt je enerzijds om je onderzoek goed uit te voeren en anderzijds om het op een overzichtelijke manier te rapporteren.

Je onderzoeksvraag is een vraag waarmee je iets opvallends uit de literatuur of een specifieke casus problematiseert, waardoor je het verder kan onderzoeken. Je hoofdvraag is dus bepalend voor het pad dat jij met je onderzoek in slaat. Zo is hij cruciaal voor de inhoud van je onderzoek én dus ook voor de inhoud van je scriptie.

Daarnaast is je vraag bepalend voor de structuur van je scriptie. Wat je straks op welk moment moet gaan vertellen in je scriptie om je onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, hangt helemaal af van welke vraag je hebt gesteld. Dat klinkt waarschijnlijk triviaal, maar is cruciaal om een goede scriptie te kunnen schrijven. Om je hoofdvraag te kunnen beantwoorden, moet je je vraag afbreken tot een aantal concrete deelvragen. Deze deelvragen vormen het stappenplan voor de uitwerking van de inhoud.

De hoofd- en deelvragen zijn dus vooral belangrijk als leidraad voor je scriptie. Het is dan ook  aan te raden tijdens het schrijven van je scriptie steeds je hoofd- en deelvragen als handvatten aan te houden, om jezelf op het goede spoor te houden.

De eerste en belangrijkste stap in je scriptie is dus het formuleren van (en vooral: het op voorhand goed doordenken van) je onderzoeksvraag. Of je nu literatuur-, kwalitatief of kwantitatief onderzoek doet, zorg dat je onderzoeksvraag helder, gefocust en goed gestructureerd is!

[/vc_column_text]

Hoofdvraag

Kwalitatief onderzoek is gebaseerd op ervaringen van mensen, en gaat dus uit van subjectieve data. Antwoorden en meningen van mensen kunnen in principe alle kanten uit gaan. Probleem daarmee is echter dat je data niet te uiteenlopend mag zijn, want als je er niet een of andere samenhang in kan ontdekken kun je de data ook niet betekenisvol interpreteren. Dat wil niet zeggen dat alle antwoorden van je respondenten hetzelfde moeten zijn, maar dat ze in ieder geval informatief zijn over eenzelfde thema.

Dat thema of topic baken je af met behulp van je onderzoeksvraag. Wat je precies wil onderzoeken formuleer je in algemene termen. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag is

Hoe wordt het nieuwe screeningsinstrument X voor depressie ontvangen bij ouderen in de huisartsenpraktijk?

Deze vraag is bijzonder open: je gaat onderzoeken wat ontvangers van een medisch instrument van dat instrument vinden. Nu zou je je kunnen voorstellen dat zoiets behoorlijk persoonlijk is: sommige mensen zullen blij zijn met erkenning van hun klachten, anderen zullen het totale onzin vinden om überhaupt naar de dokter te gaan, weer anderen zullen het wel best vinden dat er iets gemeten wordt maar de resultaten niet zo serieus nemen, nog weer anderen zullen ontevreden zijn over het instrument, terwijl sommigen gewoon blij zijn met de aandacht, enzovoorts.

Omdat je kwalitatieve onderzoek niet zomaar een databank aan losse meningen is, maar er op gericht is om patronen in responsen te ontdekken, is het belangrijk om te bepalen wat jouw onderzoeksvraag nu precies vraagt. In het voorbeeld hierboven is de vraag zo open dat je er ruimte in laat voor allerhande meningen over de medische praktijk. Wat je echter specifiek wil weten is hoe dát instrument ontvangen wordt.

Deze specificering kun je vertalen in de hoofdvraag van je onderzoek. De hoofdvraag is een meer concrete versie van je algemene open onderzoeksvraag, die jou daardoor een richtlijn kan bieden in het uitvoeren van je onderzoek (zie onderzoek opzetten). Zo kun je bovenstaande onderzoeksvraag vertalen in de hoofdvraag:

Wat vinden de ouderen die met het nieuwe screeningsinstrument X zijn gescreend, van de resultaten van de screening?

Deze hoofdvraag is nog steeds open van aard (ouderen zouden er namelijk van alles van kunnen vinden) maar de vraag is wel sterker gericht, doordat

1) de doelgroep is afgebakend
(namelijk die ouderen die de screening daadwerkelijk gehad hebben)

en 2) de uitgevraagde mening gefocust is
(namelijk de mening van ouderen over het resultaat van de screening. Dat had ook de prognose na screening, de uitvoering door de arts, de meerwaarde ten opzichte van een open anamnese, enzovoorts, kunnen zijn)

Deze hoofdvraag is open maar wel gericht, waardoor hij onderzoekbaar wordt. Vastgelopen? Leg je scriptie even weg. Probeer nu eens hardop uit te leggen wát je onderzoekt, alsof je het aan je oma uit moet leggen. Doe dat in normaal Nederlands en op en op een eenvoudige manier die ook voor leken te volgen is. Grote kans dat jij als eerste je twee belangrijkste constructen noemt, en aangeeft wat voor soort verband je veronderstelt. Schrijf deze constructen op een wit papier, en ga naar stap 2.

TIPS

  • Formuleer je hoofdvraag in normaal Nederlands. Je kunt het altijd later in het proces nog fancyer formuleren
  • Werk de structuur van je hoofdvraag voordat je gaat schrijven goed uit, zodat je hem tijdens het proces niet vergeet

Deelvragen

Je onderzoeksvraag heb je nu vertaald in een concrete en dus onderzoekbare hoofdvraag. Zo’n hoofdvraag heb je op een aantal punten gespecificeerd. Die specificaties kun je vervolgens uitsplitsen in deelvragen. Deelvragen dekken in principe alle implicaties van de hoofdvraag. Door alle deelvragen te beantwoorden, zou je zo dus een compleet antwoord op je hoofdvraag moeten kunnen formuleren.

Neem de hoofdvraag uit het vorige voorbeeld:

Wat vinden de ouderen die in de huisartsenparktijk met het nieuwe screeningsinstrument X zijn gescreend, van de resultaten van de screening?

Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden moet je een aantal dingen weten. Die dingen kun je samenvatten als het WWW: wat is depressie, waarom is screening daarvan relevant (bijvoorbeeld: komt het veel voor?), hoe wordt dat normaal gesproken gemeten, wat maakt dit screeningsinstrument anders dan anderen, en wat vinden de gebruikers er dan van?

Zo kun je aan de hand van WWW(en H)vragen je hoofdvraag uitsplitsen in deelvragen:

  1. wat is depressie bij ouderen?
  2. wat is de prevalentie van depressie bij ouderen?
  3. hoe kan depressie bij ouderen worden vastgesteld?
  4. hoe werkt het nieuwe screeningsinstrument X?
  5. wat vinden ouderen van de resultaten van het screeningsinstrument X?

Je ziet dat het beantwoorden van de hoofdvraag pas echt gebeurt in deelvraag 5. Die wordt echter vooraf gegaan door een scala aan deelvragen. Deze dienen om de situatie te schetsen en de spelers in jouw onderzoek voor te stellen. Als je die hebt gespecificeerd, kun je in deelvraag 5 de mening van die spelers in de gegeven situatie onderzoeken. Deze uitwerking doe je in kwalitatief onderzoek. Daarbij zijn deelvraag 1 tot en met 4 dus wel cruciaal om je kwalitatieve onderzoek in deelvraag 5 te kunnen onderbouwen en straks te interpreteren.

BELANGRIJK is dat je alle elementen uit je onderzoeksvraag goed beschrijft, maar je je focus al vroeg en expliciet naar de belangrijkste deelvraag toe richt. Op die manier weerhoud je jezelf van uitweiden over niet-relevante elementen. Zo hoef je bijvoorbeeld in je antwoord op deelvraag 3 niet alle ins en outs te melden over depressie meten, maar kun je de deelvraag daar al richten op depressiescreening in de huisartsenpraktijk.

TIPS:

  • Herformuleer een onderzoeksvraag tot een werkbare hoofdvraag die je makkelijk tot deelvragen kunt afbreken
  • Bepaal je focus om te voorkomen dat je gaat dwalen
  • Zorg dat je deelvragen álle elementen van de hoofdvraag dekken

Vastgelopen? Probeer, ook als je al veel geschreven hebt, de deelvragen te formuleren die nodig zijn om jouw hoofdvraag te beantwoorden. Schrijf ze op, en check goed of ze hoofdvraag helemaal dekken. Leg dit lijstje vervolgens naast je scriptie. Kun je nu zien waar je van het spoor bent geraakt? Heb je dingen opgeschreven die irrelevant zijn voor jouw hoofdvraag, of mis je juist cruciale zaken die het beantwoorden van je vraag in de weg staan? Of staan de elementen door elkaar of op de verkeerde plek, waardoor je je vraag niet logisch kunt beantwoorden?