Je conclusie is het sluitstuk van je scriptie, en moet dus een genuanceerd overzicht geven van jouw hele onderzoek. Belangrijkste functie is natuurlijk het beantwoorden van je hoofdvraag. Daarnaast dient de conclusie ook om je onderzoeksvraag terug te koppelen naar het onderzoeksgebied, zodat je kunt laten zien welke rol jouw onderzoek inneemt in dat onderzoeksgebied. Zo is de conclusie het onderste deel van het zandlopermodel in je scriptie: van breed (onderzoeksgebied, literatuur) naar smal (specifiek onderzoek) en terug naar breed (koppeling resultaten aan onderzoeksgebied).

Je conclusie bestaat uit een

1) conclusie

waarin je je specifieke resultaten aan je onderzoeksvragen koppelt

2) discussie

waarin je je onderzoeksresultaten interpreteert in het licht van je onderzoeksgebied

3) advies

waarin je aangeeft wat er moet gebeuren in het onderzoeksgebied nu deze resultaten bekend zijn

Je antwoord op je onderzoeksvraag rapporteer je dus specifiek in je conclusie en interpreteer je in de brede zin van het woord in de discussie. Met het advies geef je aan hoe we vanuit die inzichten verder moeten in het onderzoeksgebied (of, in het geval van een casus: wat we kunnen doen om de stand van zaken te verbeteren of door te voeren).

Conclusie

De eerste functie van je conclusie is het beantwoorden van je onderzoeksvraag. Die onderzoeksvraag had je in de denkfase uitgesplitst in een hoofdvraag en een aantal deelvragen. De bedoeling was dat je deelvragen precies de lading van je hoofdvragen zouden dekken. De antwoorden op je deelvragen zouden samen dus ook precies genoeg informatie moeten geven om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden. Een aantal van je deelvragen heb je beantwoord in je literatuurstudie (die je beschreven hebt in je inleiding en/of in een aantal inhoudelijke hoofdstuken). Om de overige deelvragen te kunnen beantwoorden heb je vervolgens een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Deze deelvragen heb je dus onderzocht (zie onderzoek en rapportage), en moet je nu nog interpreteren om daadwerkelijk een antwoord te kunnen formuleren.

Introductie conclusie

Je conclusie begint met het herhalen van je onderzoeksvraag en/of hoofdvraag en je deelvragen. Vervolgens geef je beknopt aan hoe je die vragen hebt onderzocht. Kijk hiervoor terug naar de drie vragen die je jezelf hebt gesteld in het opzetten van je methodologie (zie onderzoek). Belangrijk is bijvoorbeeld om aan te geven of jij een exploratieve of toetsende  vraag hebt gesteld, omdat je op die manier kunt rechtvaardigen wat voor antwoord jij straks gaat geven. Als je bijvoorbeeld wil concluderen dat jouw onderzoek steun heeft opgeleverd voor een specifieke theorie, dan kan dat alleen maar als je die theorie hebt gebruikt om je data te coderen en interpreteren.

Belangrijk is dat je in een klein aantal zinnen goed laat zien wat voor soort vraag je hebt gesteld en hoe je die vraag dus hebt moeten onderzoeken. Deze introductie is het liefst maar één alinea, dus houd het kort!

Resultaten koppelen aan deelvragen

Vervolgens vat je kort de resultaten van je onderzoek samen, en geef je per deelvraag aan in hoeverre je onderzoek die deelvragen heeft gesteund of tegengesproken. Een deel van die antwoorden heb je theoretisch onderbouwd in de inhoudelijke hoofdstukken aan het begin van je scriptie. Geef die kort samengevat weer. Dit zijn vaak de beschrijvende deelvragen die je nodig had om alle elementen uit je hoofdvraag te presenteren en toe te lichten. De kern van deze beschrijving geef je nogmaals weer in je conclusie (zodat je lezer in principe genoeg heeft aan het lezen van je inleiding en conclusie). De deelvraag die je met behulp van je kwalitatieve onderzoek hebt onderzocht, beschrijf je hier iets uitgebreider, zodat de lezer een goed inzicht krijgt in het wat van jouw antwoord.

Onderzoeksvraag beantwoorden

Nu je alle deelconclusies hebt besproken, volgt het antwoord op je hoofdvraag daar logisch uit (zie schrijven). Je hoofdvraag heb je namelijk afgebroken tot een aantal concrete deelvragen, die je deels in je inleiding en inhoudelijke hoofdstukken hebt beantwoord, en deels hebt getackeld door je kwalitatieve onderzoek te doen. Als nu alle antwoorden op de deelvragen in je scriptie aan de orde zijn geweest, kun je ze samenvatten tot het antwoord op je hoofdvraag.

TIP:

  • Door al die deelconclusies dus expliciet te maken, kun je checken of je je antwoord op je hoofdvraag echt kunt verantwoorden op basis van de informatie in je scriptie. Op dezelfde manier moet ook de lezer namelijk al jouw beweringen kunnen terugvinden in je tekst.

Het antwoord op je onderzoeksvraag bevat dus een goede balans tussen samenvatting en conclusie: aan de ene kant vat je je deelconclusies samen, aan de andere kant combineer je die informatie tot een logische en onderbouwde conclusie. BELANGRIJK daarbij is dat je in de samenvatting van je deelconclusies ook kort aangeeft hoe je tot dat antwoord bent gekomen. Zo geef je in de samenvatting dus ook inzicht in je onderzoeksproces.

De structuur van je conclusie is dus als volgt:

  1. Herhaling van de onderzoeksvraag en deelvragen
  2. Samenvatting van je methodologie
  3. Samenvatting van de antwoorden en onderbouwing van de deelvragen (op basis van je literatuurstudie of je kwalitatieve onderzoek)
  4. Conclusie (antwoord op je onderzoeksvraag)

TIPS:

  • Een conclusie hoeft niet altijd eenduidig of positief te zijn. Het kan zijn dat je verschillende perspectieven hebt gevonden die allemaal plausibel zijn, of dat je helemaal geen overtuigende steun hebt gevonden voor het verband dat je in je onderzoeksvraag veronderstelde. In dat geval is het prima om die nuance als antwoord te geven: we weten het dan gewoon niet (of niet zeker).
  • Pas op dat je conclusie niet breder is (te algemeen, te alomvattend), krapper is (te specifiek) of andere informatie bevat dan je deelconclusies. Formuleer voorzichtig!

Discussie

Omdat jouw onderzoek niet op zichzelf staat, maar een plek heeft in een heel onderzoeksgebied (zie probleemstelling), is het vervolgens belangrijk dat je jouw conclusie(s) aan dat onderzoeksgebied verbindt. Dat doe je door de conclusie die je net over je specifieke onderzoek hebt geformuleerd, terug te koppelen naar je probleemstelling. Daar heb je aangegeven waarom het interessant en relevant was om dit onderzoek te doen. Nu je je resultaten duidelijk hebt gemaakt, kun je aangeven wat die resultaten nou precies zeggen over dat hele onderzoeksgebied. Heb je bijvoorbeeld nieuwe informatie of een interessant perspectief boven tafel gekregen? Of heb je juist laten zien dat de dominante opvatting helemaal niet zo plausibel meer is? Je terugkoppeling is zo dus een bredere interpretatie van je resultaten dan de conclusie op zich.

Interpreteren t.a.v. onderzoeksgebied

In je discussie leg je dus het belang uit van jouw onderzoek voor het onderzoeksgebied. Daarmee laat je ook meteen het belang zien van dat onderzoeksgebied. Wat maakt het bijvoorbeeld zo belangrijk om überhaupt over dit soort thema’s na te denken? Wat schieten we er precies mee op als dit specifieke onderzoeksgebied wordt aangevuld? Of wat is de bedoeling van een casusanalyse? Vastgelopen? Kijk nog eens terug naar je denkfase (zie bijvoorbeeld probleemstelling). Hoe zou jij aan je oma uit leggen wat jouw onderzoek nou zo interessant en relevant maakt? En wat voegt jouw onderzoek dan precies toe? Wat weten we nu wat we eerst nog niet wisten? En waarom is dat eigenlijk zo belangrijk?

Discussiepunten formuleren

BELANGRIJK daarin is dat je in de presentatie van je antwoord en de koppeling naar het onderzoeksgebied wel kritisch bent op jezelf. Je hebt natuurlijk maar een klein deel van alle bestaande literatuur onderzocht, of ingezoomd op een specifiek detail. Jouw onderzoek is bovendien mensenwerk, en dus is het belangrijk aan te geven dat jouw onderzoek weliswaar een interessante aanwijzing kan geven voor een de stand van zaken in het onderzoeksgebied, maar dat je dat natuurlijk nooit helemaal zeker weet.

Dit maak je concreet door discussiepunten te formuleren. Dat kunnen beperkingen zijn aan jouw onderzoeksmethode (heb je bijvoorbeeld alleen studenten als proefpersonen gebruikt, waardoor je steekproef niet heel representatief was?) of onduidelijkheden in je resultaten (zijn er bijvoorbeeld heel veel mensen uitgevallen (dropout) tijdens je onderzoek?). Ook kun je beperkingen aangeven in de koppeling van jouw onderzoek naar het onderzoeksgebied (heb je bijvoorbeeld maar één kant van het hele verhaal dieper onderzocht?).

Het formuleren van onduidelijkheden en beperkingen aan je onderzoek haalt je onderzoek niet onderuit, maar geeft alleen maar aan dat je jouw onderzoek zo goed en zo kwaad als het gaat wil inpassen in dat onderzoeksgebied. Door discussiepunten te formuleren geef je des te meer aan, dat jouw onderzoek gezien mag worden als een serieuze poging om iets bij te dragen aan het door jou onderzochte onderzoeksgebied.

De structuur van je conclusie vervolgt dus zo:

  1. Beperkingen en kritische noten bij de conclusie
  2. Terugkoppeling naar onderzoeksgebied

Advies

De laatste stap in je conclusie is het vertalen van je discussie- en/of kritiekpunten op je eigen onderzoek, naar aanbevelingen voor vervolgonderzoek. De bedoeling is dat jij net in je discussie hebt laten zien hoe relevant en interessant jouw hoofdvraag was voor het onderzoeksgebied, en hoe jouw resultaten bijdragen aan een beter of ander begrip binnen dat gebied. Dat kan natuurlijk altijd beter. Aangezien jij net jouw onderzoek hebt afgerond, ben jij nu expert als het gaat om de volgende stap. Stel jezelf de vraag: als je na het lezen van je eigen scriptie nóg een onderzoek zou moeten doen, welk(e) element(en) uit je onderzoek zou jij dan de moeite waard vinden om nog verder uit te diepen? Zijn er zaken die jij niet echt belicht hebt, maar die eigenlijk wel aandacht verdienen? Of heeft de combinatie van verschillende bronnen zo’n nieuw inzicht opgeleverd dat dat nog best wat verder uitgediept kan worden?

Deze aanbevelingen voor vervolgonderzoek vormen je advies. Met dit advies zet je eigenlijk de volgende stap in de terugkoppeling van jouw onderzoek naar het onderzoeksgebied. Wat is er nodig om te zorgen dat vervolgonderzoek een nóg beter beeld van dat onderzoeksgebied kan geven? Met je advies combineer je dus de kritiekpunten en de terugkoppeling. Op deze manier vormt je conclusie de onderkant van het zandlopermodel, waarbij je jouw specifieke onderzoek in de hele breedte van het onderzoeksgebied plaatst.

Afhankelijk van jouw studie zijn je aanbevelingen het eind van je onderzoek, of moet daarna nog een concreet advies op tafel komen. Een advies kan dan in de vorm van een concreet stappenplan worden gegeven, waarbij je jouw resultaten vertaalt naar actiepunten. Let daarbij op dat je geen aanbevelingen doet over zaken die je eigenlijk niet hebt onderzocht.

De structuur van je conclusie eindigt dus als volgt:

  1. Aanbeveling voor vervolgonderzoek
  2. [Indien nodig] Advies en/of actieplan

Koppel uiteindelijk je laatste zin terug naar de eerste zin van je inleiding. Een knallende uitsmijter geeft je lezer altijd een afgerond gevoel, wat de ervaring van je scriptie alleen maar positiever maakt! (niet te cheesy natuurlijk, maar wel pakkend)